Ieder object is anders en daarom is een installatie met zonnepanelen maatwerk. Afhankelijk van de kenmerken van het object en de omgevingsfactoren rondom het object wordt de installatie ontworpen.

Uiteraard komen deze kenmerken en factoren uitgebreid aan bod als we bij u langs komen om uw situatie en de mogelijkheden met u door te spreken.

Wilt u echter een compleet installatiepakket bestellen zonder dat wij bij u op bezoek komen, dan kunt u de onderstaande onderwerpen ook als leidraad gebruiken. Het gaat echter te ver om alle situaties tot in detail te beschrijven.

Mocht u vragen hebben of ergens niet uit komen, dan kunnen wij u altijd van advies voorzien. Hiervoor kunt u contact met ons opnemen.

Aandachtspunten:


Plaatsingsruimte, dakbelasting en bereikbaarheid:

De meeste panelen hebben een standaard afmeting van ca 165 x 100 cm. Dit is de meest gangbare maat voor mono- en multikristallijne panelen. Daarnaast zijn er ook CIS-panelen van SolarFrontier met een andere maat en uiterlijk.

Als eerste moet bekeken worden of er op de beoogde plek genoeg ruimte is. Op een dak worden de panelen meestal op de bestaande dakbedekking gemonteerd. Dat geldt zowel voor een plat als een schuin dak.
Op een schuin dak kunnen de panelen zonder probleem direct naast en/of boven elkaar geplaatst worden, zoals op de achtergrond van deze pagina te zien is. Dat kan zowel in staande (portrait) als liggende (landscape) positie gedaan worden. Het is dus een kwestie van passen en meten of de installatie op uw dak past.

Op een plat dak worden de panelen op frames gemonteerd. Bijna altijd worden de panelen in landscape geplaatst om de windgevoeligheid zo klein mogelijk te houden. De panelen kunnen zowel naast, als achter elkaar geplaatst worden. Daarbij moet er wel opgelet worden dat de afstand tussen de panelen die achter elkaar staan groot genoeg is. Dit doen we om te voorkomen dat er te veel schaduw van het ene op het andere paneel valt (zie het stukje over schaduw).

Dakbelasting is een volgende factor waar rekening mee moet worden gehouden. Uiteraard geldt zowel bij schuine, als bij platte daken dat de dakconstructie wel voldoende sterk moet zijn om het extra gewicht van de installatie te kunnen dragen.
Bij schuine daken is de extra belasting relatief gering. Een paneel weegt ca. 20 kg en het lichte aluminiumframe komt daar nog bij. Voor de meeste schuine (woonhuis)daken is dat geen enkel probleem. Voor lichtere daken van schuren en loodsen moet daar wel goed naar gekeken worden, vooral bij grotere installaties.

Bij platte daken is het verhaal iets anders. Daar worden de panelen op frames geplaatst. Afhankelijk van de windgevoeligheid moet er een bepaalde hoeveelheid ballast worden toegepast omdat de frames niet aan het dak vast worden gemaakt. Als vuistregel geldt eem ballast van 60 kg per paneel aangehouden. Dit is echter wel afhankelijk van de windbelasting ter plaatse en het gebruikte montage systeem en kan in uw situatie dus ook anders zijn.
Daarnaast speelt ook nog eens mee hoe het dak geconstrueerd is. Bij een betonnen dak zal de extra ballast van het systeem niet zo veel problemen opleveren omdat het dak van zichzelf al zwaar is en de rest van de constructie daar al op berekend is. Een relatief kleine belasting kan zo'n dak zondermeer aan.
Bij alle andere soorten platte daken is het wel raadzaam om een bouwkundig constructeur een oordeel over de situatie te laten geven.

Bereikbaarheid is een punt waar vaak makkelijk overheen wordt gestapt. Het gaat daarbij met name om de bereikbaarheid voor het monteren van de installatie. Het moet wel mogelijk zijn om de panelen en het montagemateriaal op een veilige manier omhoog te brengen. Na de montage van het systeem is een wat lastigere bereikbaarheid een minder groot probleem.
Alle panelen hebben een zelfreinigende functie waardoor, mits ze onder een voldoende grote hoek zijn geplaatst (>12 graden), vuil en stof bij regenbuien van de panelen afspoelen.

(terug naar boven)

Oriëntatie en hellingshoek:

Zonnepanelen die op het zuiden gericht zijn brengen het meeste op. Afwijkende oriëntatie- richtingen hebben een vermindering van de opbrengst tot gevolg.
Een soortgelijk verhaal geldt voor de hellingshoek waaronder de panelen worden opgesteld. Op een schuin dak is er niet veel te kiezen en moet de hoek van het dak worden aangehouden. Bij een plat dak kan er wel voor een optimale hoek gekozen worden. De optimale hoek is ca. 35 graden.
Panelen die niet (helemaal) op het zuiden zijn georiënteerd en niet onder een hoek van ca. 35 graden staan leveren daardoor iets minder op. Om te kunnen berekenen wat de opbrengst onder een bepaalde hoek en bij een bepaalde oriëntatie is kan gebruik worden gemaakt van het onderstaande diagram.

instralingsdiagram

Uit het diagram is af te lezen dat de verminderde opbrengst bij oriëntatierichtingen waar, in ieder geval, de term 'zuid' zit geen groot probleem hoeft te zijn. Ook is duidelijk te zien dan een systeem wat volledig op het westen en/of oosten is uitgericht toch nog een behoorlijke opbrengst kan hebben. Als uw dak op een andere windrichting dan zuid uitgericht is, hoeft dat niet per sé een belemmering te zijn.

Een handige kaart om een idee te krijgen welke oppervlaktes van uw dak potentieel geschikt zijn is de zonnekaart van het stadsgewest Haaglanden. Op een kaart van GoogleEarth wordt, met behulp van gekleurde vlakken, aangegeven welke vlakken van een dak geschikt zouden kunnen zijn. De applicatie is indicatief en houdt geen rekening met, bijvoorbeeld, schaduw van objecten in de omgeving. (zonkaart Haaglanden)

(terug naar boven)

Schaduw:

Schaduw op een paneel kan de opbrengst van een installatie behoorlijk negatief beïnvloeden. Zelfs een kleine hoeveelheid schaduw op een klein gedeelte van een paneel kan dit effect al hebben.
De panelen binnen de installatie staan over het algemeen in serie geschakeld. Dat betekend, simpel gezegd, dat de energie in het eerste paneel via de andere panelen naar de omvormer gaat. Daarbij geldt dat als er één paneel in die keten zit die minder opbrengt, dit paneel ook minder energie door kan laten.
Dit kan vergeleken worden met een tuinslang waar water doorheen stroomt. Als de slang op een bepaalde plek wordt dichtgeknepen dan zal er aan het einde zo veel water uit komen als er door de vernauwing kan heen kan stromen.

In de panelen en in de omvormer zitten technische snufjes die dit probleem kunnen verminderen. Ook zijn er technische oplossingen mogelijk waardoor uit ieder paneel afzonderlijk de maximale hoeveelheid energie gehaald kan worden. Deze systemen zijn wel iets duurder dan de traditionele centrale omvormer, maar levert in sommige gevallen wel een groot vootrdeel op.
Uiteraard is het nog steeds het beste als schaduw op de panelen zo veel mogelijk voorkomen kan worden. Daarbij kan overwogen worden om schaduw die alleen in de wintermaanden op de panelen valt voor lief te nemen. In de wintermaanden is de zonkracht minder en zijn de dagen minder lang waardoor de dagelijkse opgewekte energie toch al een heel stuk minder is. Het negatieve effect van schaduwwerking is in de winter dus heel beperkt en weegt in sommige gevallen niet op tegen de extra opbrengsten tijdens de betere maanden.
Een open deur is dat schaduw niet alleen wordt veroorzaakt door bouwkundige objecten zoals schoorstenen en dakkapellen, maar ook door bomen. Het kleine boompje in de tuin kan na verloop van tijd voor schaduw op de panelen gaan zorgen. Kleine boompjes moeten daarom zeker niet onderschat worden.

(terug naar boven)

Dakdekking en bevestiging van de panelen:

In de meeste gevallen worden zonnestroominstallatie op de bestaande dakbedekking aangebracht. Dit heeft als voordeel dat de waterdichtheid van het dak intact blijft en dat de montage van het systeem relatief eenvoudig is.
Op een schuin dak worden de panelen met behulp van montagehaken op het dak bevestigd. De haak komt onder de pannen vandaan waarna de aluminium profielen op de montagehaken worden gemonteerd. Vervolgens worden de panelen op de profielen geklemd.
Bij platte daken wordt in de meeste gevallen het systeem los op het dak geplaatst. Dit frame wordt verzwaard met ballast om het systeem bestand te maken tegen de invloed van de wind. Het montageframe van de panelen, wordt (eventueel op rubberen tegels om de onderliggende dakbedekking te beschermen) direct op de dakbedekking gezet.
Er zijn nog een aantal andere oplossingen die in specifieke gevallen toegepast kunnen worden. 

(terug naar boven)

Plaats van de omvormer:

De plaats waar de omvormer gemonteerd wordt moet ook voldoen aan een aantal voorwaarden. De omvormer zal als hij in bedrijf is warmte produceren. Dat is bij de ene omvormer meer als bij de ander maar er moet altijd voldoende ruimte gehouden worden om de warmte kwijt te kunnen. Strak inbouwen in een kast is daarom niet raadzaam. Daarnaast moet hij op een plek komen waar hij makkelijk bereikbaar is, al is het alleen maar om het display uit te kunnen lezen. Op het display is onder andere te zien wat de installatie op een bepaald moment aan energie opwekt en wat de totale hoeveelheid opgewekte energie is.
De meeste omvormers zitten in een robuuste kast die een bepaalde mate van waterdichtheid heeft. De omvormers van SMA hebben een standaard IP65 beschermingsgraad, wat zoveel wil zeggen dat de omvormer zonder problemen buitenshuis opgehangen zou kunnen worden. Een omvormer in een vochtige kelder is daarom ook meestal geen probleem.

Leidinglengte verdient ook aandacht. In leidingen treden verliezen op als gevolg van weerstand. Hoe langer de leiding is des te meer weerstand er optreedt. Leidingverliezen gaan, bij een normale kabeldiameter, echter pas een rol spelen bij kabellengtes die langer zijn dan de afstanden die in een doorsnee woonhuis overbrugd moeten worden. Dat geldt zowel voor de leidingen van de panelen naar de omvormer (DC-zijde) als voor de leidingen van omvormer naar groepenkast (AC-zijde). Het maakt dus niet veel uit waar de omvormer wordt gehangen. Dichtbij de panelen of dichtbij de groepenkast.

(terug naar boven)

Extra groep en hoofdzekering:

Een zonnestroom installatie moet in alle gevallen worden aangesloten op een aparte groep. Met de publicatie van de nieuwe NEN1010 (okt 2015) is een einde gekomen aan de uitzondering voor kleine systemen (tot ca. 700W) die op een bestaande groep aangesloten mochten worden. 

De ouderwetse stoppen (porceleinen schroef smeltveiligheden) kunnen bij sommige omvormers problemen opleveren omdat sommige typen niet snel genoeg afschakelen. Omvormers kunnen daardoor beschadigd raken. Daarom is het beter om een omvormer aan te sluiten op een groep met een installatieautomaat. Deze kan desgewenst makkelijk bijgeplaatst worden in een uitbreidingskastje naast de bestaande groepenkast.
Afhankelijk van het aangesloten vermogen van de omvormer wordt bekeken hoe groot de waarde van de installatieautomaat (groepszekering) moet zijn. Tot circa 3500 watt maximaal geleverd vermogen (van de zonnestroominstallatie) kan een normale 16A zekering worden toegepast.
Bij grotere vermogens moet worden bekeken of een grotere installatieautomaat mogelijk is of dat er nog andere aanpassingen nodig zijn.
In sommige gevallen moet ook worden gekeken naar de hoofdzekering van de huisinstallatie. Deze moet een hogere waarde hebben dan de installatieautomaten. Moet er een installatieautomaat toegepast worden die zwaarder is dan de bestaande installatieautomaten in de groepenkast, dan zal mogelijk ook de hoofdzekering aangepast moeten worden.
Uw netbeheerder kan u vertellen wat de waarde van uw hoofdzekering is.

In sommige gevallen is het aanleggen van een extra groep voor het aansluiten van de omvormer een probleem. In die gevallen kan ook gebruik worden gemaakt van een extra groepenkastje waarmee een groep wordt opgesplitst naar twee aparte groepen. Hiervoor zijn speciale kasten te verkrijgen die voldoen aan de geldende richtlijnen.

Met het bovenstaande verhaal is een aardige inschatting te maken of een zonnestroominstallatie (technisch) haalbaar is. Echter kunnen er in uw situatie ook nog andere zaken een rol spelen. Daarom is  niet gegarandeerd dat de bovenstaande lijst een volledige weergave is voor iedere situatie.
Voor een advies over uw specifieke situatie kunt u uiteraard contact opnemen.

Naast de bouwkundige zaken spelen bijvoorbeeld ook de financiële aspecten een rol bij de keuze voor (een soort en uitvoering van) een zonnestroominstallatie.

 

(terug naar boven)